Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlasteleggingen
hij op 4 november 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [J.D.] van het leven te beroven, met dat opzet met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de kin en/of het gezicht van die [J.D.] heeft gestoken
hij op 4 november 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [J.D.] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de kin en/of het gezicht en/of de hand van die [J.D.] heeft gestoken;
Vonnis waarvan beroep
Overwegingen en oordeel van het hof
Bewezenverklaring
Bewijsmiddelen
[J.D.]:
verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg op 10 juli 2015. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
[B.S.]:
verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 23 december 2015. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf en maatregel
Vordering van de benadeelde partij [J.D.]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Vordering tenuitvoerlegging
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
270 (tweehonderdzeventig) dagen.
95 (vijfennegentig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
€ 1.750,00 (duizend zevenhonderdvijftig euro) bestaande uit € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 1.750,00 (duizend zevenhonderdvijftig euro) bestaande uit € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
27 (zevenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
mr. J. Mulder, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
6 januari 2016.