ECLI:NL:GHAMS:2016:99
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis eerste rechter na falen bewijs meerwerk en kosten zandcementvloer
In deze civiele zaak tussen Beemsterland Bouw & Interieur B.V. en geïntimeerde stond de vraag centraal of meerwerkopdrachten waren verstrekt en of kosten voor een zandcementvloer terecht aan geïntimeerde in rekening waren gebracht.
Het hof heeft in een eerder tussenarrest Beemsterland toegelaten bewijs te leveren over de meerwerkposten, maar Beemsterland heeft daarna afgezien van het aandragen van verdere bewijsstukken of het horen van getuigen. Hierdoor kon het hof de stellingen van Beemsterland niet als juist aannemen, temeer daar geïntimeerde gemotiveerd betwistte dat dergelijke meerwerkopdrachten waren gegeven.
Ook de grief betreffende de kosten van de zandcementvloer faalde, omdat Beemsterland onvoldoende concreet bewijs aanbood dat deze kosten na 23 april 2012 uit de totaaltelling waren geschrapt, terwijl geïntimeerde dit betoog gemotiveerd weersprak.
Het hof concludeerde dat geen van de grieven slaagde en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Beemsterland werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de grieven van Beemsterland af wegens gebrek aan bewijs.