ECLI:NL:GHAMS:2017:1097
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte wegens termijnoverschrijding hoger beroep
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland. De zaak betrof meerdere strafzaken met verschillende parketnummers. Verdachte had het hoger beroep ingesteld op 2 mei 2016, terwijl het vonnis op 13 april 2016 was gewezen.
De advocaat-generaal stelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege termijnoverschrijding, terwijl de raadsman van verdachte betoogde dat de verdachte niet op de hoogte was van de zittingsdatum. Het hof stelde vast dat de oproeping voor de zitting van 13 april 2016 niet persoonlijk aan verdachte was betekend, maar wel naar het adres was gestuurd waar verdachte stond ingeschreven. Verdachte had op het grievenformulier aangegeven de zitting te zijn vergeten vanwege drukte op het werk, wat volgens het hof impliceert dat hij bekend was met de datum.
Het hof concludeerde dat verdachte het hoger beroep niet binnen de wettelijke termijn had ingesteld en verklaarde hem daarom niet-ontvankelijk. Dit arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 3 april 2017.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens termijnoverschrijding.