ECLI:NL:GHAMS:2017:1290

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 april 2017
Publicatiedatum
14 april 2017
Zaaknummer
R 000051-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Leenaers
  • Röttgering
  • Dalebout
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 SvArt. 90 lid 3 SvArt. 591a SvArt. 23 lid 5 SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing schadevergoeding aan overleden verzoeker zonder verrekening met openstaande boetes

De zaak betreft een verzoek tot schadevergoeding en vergoeding van kosten van een overleden verzoeker, voortvloeiend uit een strafzaak die zonder strafoplegging werd beëindigd. De rechtbank had het verzoek toegewezen maar het toegekende bedrag verrekend met openstaande geldboetes en strafbeschikkingen. Tijdens het hoger beroep bleek dat de verzoeker was overleden, waarna het hof de advocaat-generaal en de erfgenamen heeft gehoord.

Het hof overwoog dat op grond van artikel 90 lid 3 Sv Pro verrekening van toegekende schadevergoeding met openstaande boetes verplicht is, mits die nog niet voldaan zijn. Echter, het CJIB voert geen executie meer uit van openstaande boetes na overlijden, waardoor verrekening niet meer mogelijk is. Tevens stelde het hof vast dat de rechtbank de verrekening baseerde op een overzicht van het CJIB dat niet aan de verzoeker of zijn advocaat was voorgelegd, wat in strijd is met de procesorde en leidt tot nietigheid van de beschikking.

Het hof verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek toe tot een bedrag van €105 zonder verrekening. Het hof beval tevens de onverwijlde betekening van de beschikking aan de erfgenamen en de betaling van het bedrag ten laste van de Staat.

Deze uitspraak benadrukt het belang van het hoor en wederhoor en correcte procesorde bij verrekening van schadevergoedingen en bevestigt dat openstaande boetes na overlijden niet meer worden geïnd.

Uitkomst: Het hof wijst de schadevergoeding van €105 toe aan de erfgenamen zonder verrekening met openstaande boetes vanwege het overlijden van de verzoeker.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Rekestnummer: R 000051-17 / (89 Sv HB)
Parketnummer in eerste aanleg: 13-702002-16
Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank te Amsterdam van 2 september 2016 op het verzoekschrift op de voet van artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1954,
overleden op 17 november 2016,
namens wie de nabestaanden in rechte optreden en die
domicilie hebben gekozen ten kantore van advocaat,
mr. C.J. Nierop, Prof. Tulpstraat 16, 1018 HA Amsterdam .

1.Inhoud van het verzoek

Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ten laste van de Staat, tot een bedrag van (in totaal) € 105,--, ter zake van schade die voornoemde [verzoeker] zou hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld parketnummer.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft het verzoek toegewezen en het toe te kennen bedrag verrekend overeenkomstig artikel 90, lid 3 Sv.
Het hoger beroep is ingesteld namens [verzoeker] voornoemd. Tijdens de behandeling in hoger beroep is gebleken dat hij op 17 november 2016 is overleden.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 17 maart 2017 de advocaat-generaal en de advocaat van de erfgenamen van [verzoeker] ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord.

3.Beoordeling van het hoger beroep

Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
De rechtbank heeft het verzoek tot schadevergoeding (en het verzoek ex 591a) toegewezen, maar het toegewezen bedrag verrekend met twee strafbeschikkingen en een geldboetevonnis met CJIB-nummers 3132 5420 0252 6424, 5132 5420 0243 0835 en 6022 5424 0317 6934. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat uit gegevens van het CJIB blijkt dat verzoeker op grond van een jegens hem uitgesproken, onherroepelijk geworden vonnis of arrest en/of uitgevaardigde, onherroepelijk geworden strafbeschikking verplicht is € 144,00, € 142,00 en € 217,00 aan de Staat te betalen.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot gegrondverklaring van het appel en verzocht de gevraagde vergoeding toe te wijzen. Zij heeft voorts medegedeeld dat uit navraag bij het CJIB is gebleken dat in geval van overlijden eventuele openstaande boetes niet meer worden geëxecuteerd en het hof verzocht niet tot verrekening over te gaan, gelet op het overlijden van [verzoeker] voornoemd.
Het hof overweegt als volgt.
De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
Art. 90, lid 3 Sv luidt: ‘Indien de rechter beslist tot het toekennen van een schadevergoeding, wordt het uit te keren bedrag verrekend met geldboeten en andere aan de Staat verschuldigde geldsommen, tot betaling waarvan de verzoeker bij onherroepelijk geworden vonnis of arrest in een strafzaak is veroordeeld of tot betaling waartoe de verzoeker op grond van een jegens hem uitgevaardigde, onherroepelijk geworden strafbeschikking verplicht is, een en ander voor zover die nog niet door hem zijn voldaan.’
Op grond van de geciteerde bepaling is de rechter, wanneer hij een schadevergoeding ex art. 89 Sv Pro toewijst, verplicht tot verrekening indien de mogelijkheid hiertoe bestaat. Dit geldt eveneens bij het toewijzen van een vergoeding op grond van art. 591a Sv, nu het vierde lid van dat artikel de hierboven geciteerde bepaling van overeenkomstige toepassing verklaart. Deze verplichting betekent evenwel niet dat verrekening slechts een kwestie van executie is.
De behandeling van verzoeken ex art. 89 en Pro 591a Sv vindt plaats in openbare raadkamer. Het onderzoek in raadkamer strekt zich gelet op het voorgaande mede uit tot de vraag of de mogelijkheid tot verrekening bestaat. In de rechtbank Amsterdam is de praktijk ontstaan verzoekschriften ex art 89 en Pro 591a Sv zonder behandeling in de openbare raadkamer af te doen, indien volledige overeenstemming bestaat dat de verzoeken kunnen worden toegewezen. Van een dergelijke overeenstemming was in de onderhavige zaak echter geen sprake, nu de advocaat onweersproken heeft gesteld dat hij niet beschikte over het overzicht van openstaande zaken van het CJIB, op grond van welk stuk de rechtbank tot verrekening van de toegekende vergoeding is overgegaan.
In artikel 23, vijfde lid, Sv, welke bepaling van overeenkomstige toepassing is op de onderhavige procedure, is de bevoegdheid neergelegd tot – kort gezegd – kennisneming van de stukken die op de zaak betrekking hebben en die de basis kunnen vormen van de te nemen beslissing. Deze bevoegdheid is vanuit een oogpunt van behoorlijke procesorde van zo wezenlijke betekenis, dat niet-inachtneming daarvan nietigheid van de behandeling en de beschikking meebrengt.
Nu [verzoeker] en zijn advocaat destijds niet de gelegenheid hebben gehad kennis te nemen van voornoemd overzicht en dit de basis vormde voor de verrekening en geen behandeling in raadkamer heeft plaatsgevonden waarop dit stuk aan de orde is geweest, zal het hof het hoger beroep gegrond verklaren en de beschikking van de rechtbank vernietigen.
Nu het hoger beroep gegrond wordt geoordeeld zal het hof bevelen hetgeen overeenkomstig de bepalingen der wet had behoren te geschieden.
Met de advocaat-generaal en de advocaat van de erfgenamen is het hof van oordeel dat het verzoek moet worden toegewezen zoals verzocht tot het bedrag van € 105,00, nu daarvoor gronden van billijkheid bestaan. Voorts is het hof van oordeel dat geen verrekening kan plaatsvinden nu [verzoeker] is overleden en de advocaat-generaal in raadkamer heeft medegedeeld dat het CJIB bij overlijden tegen de overledene openstaande boetes niet meer executeert.

4.Beslissing

Het hof:
Verklaart het beroep gegrond.
Vernietigt de beschikking waarvan beroep.
Wijst het verzoek toe.
Kent ten laste van de Staat aan [verzoeker] voornoemd een vergoeding toe van € 105,-- (honderdvijf euro).
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan de erfgenamen van [verzoeker] .
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. Leenaers, Röttgering en Dalebout, in tegenwoordigheid van mr. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 14 april 2017.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking voor een bedrag van € 105,-- (honderdvijf euro), te betalen ten laste van de Staat aan appellant voornoemd door overmaking van bovenstaand bedrag op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [naam] o.v.v. [verzoeker] .
Amsterdam, 14 april 2017.
Mr. Leenaers, voorzitter.