ECLI:NL:GHAMS:2017:1452
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overeengekomen afzien van hoger beroep na verkeersongeval
Achmea is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter Noord-Holland inzake een verkeersongeval waarbij [geïntimeerde] met zijn scooter in botsing kwam met een personenauto bestuurd door [A]. Partijen hadden gezamenlijk verzocht om vaststelling wie voorrang had, waarbij zij uitdrukkelijk waren overeengekomen af te zien van hoger beroep. Ondanks dat de kantonrechter hoger beroep openstelde, oordeelt het hof dat deze afspraak bindend is.
Het hof stelt vast dat de weg waar [geïntimeerde] reed geen uitrit was in de zin van art. 54 RVV Pro, waardoor hij voorrang had. Achmea betoogde dat de weg wel als uitrit moest worden aangemerkt, maar deze grief wordt niet inhoudelijk behandeld vanwege de niet-ontvankelijkheid.
Het hof benadrukt dat de gezamenlijke overeenkomst om af te zien van hoger beroep niet is herroepen of gewijzigd door partijen. De enkele mededeling van Achmea om hoger beroep te willen instellen en het openstellen daarvan door de kantonrechter volstaan niet om de afspraak te doorbreken. Achmea wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Achmea wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten.