ECLI:NL:GHAMS:2017:1502

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
7 april 2017
Publicatiedatum
24 april 2017
Zaaknummer
23-004517-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 51 SvArt. 68 SrArt. 423 lid 2 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terugwijzing wegens dubbele vervolging onder verschillende achternamen

De verdachte werd vervolgd voor mishandeling van een ambtenaar tijdens diens rechtmatige bediening. Tijdens het hoger beroep bleek dat de verdachte onder twee verschillende achternamen voor hetzelfde feit was vervolgd, waarbij de raadsman slechts in één zaak was betrokken. Hierdoor was de raadsman niet op de hoogte van de andere procedure en kon hij zich niet verdedigen in die zaak.

Het hof stelde vast dat de politierechter niet aan de behandeling van de zaak had mogen toekomen omdat de raadsman niet aanwezig was en niet op de hoogte was gesteld van de terechtzitting. Dit is in strijd met het beginsel van berechting in twee feitelijke instanties en het recht op een eerlijk proces.

Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en wees de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam om met inachtneming van het arrest opnieuw behandeld te worden. Het verweer van de raadsman behoeft daardoor geen inhoudelijke bespreking meer.

Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor een correcte behandeling.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-004517-16
Datum uitspraak: 7 april 2017
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 13 oktober 2016 in de strafzaak onder parketnummer
13-097976-15 tegen
[verdachte 1],
geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedatum] ,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 7 april 2017.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van het standpunt van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 20 mei 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een ambtenaar te weten [slachtoffer] gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening heeft mishandeld door die [slachtoffer] (met kracht) bij haar keel heeft gegrepen en/of vastgepakt en/of vastgehouden, waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd.
Het hof overweegt daartoe het volgende.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft [raadsman] , advocaat te Haarlem, aangevoerd dat de verdachte zowel onder de naam [verdachte 1] (geboren te [geboorteplaats] , Suriname, op [geboortedatum] ) als onder de naam Harold Marvin [verdachte 2] (geboren te [geboorteplaats] , Suriname, op [geboortedatum] ) is vervolgd door het openbaar ministerie voor het onderhavige feit.
De raadsman heeft zich in de zaak van de verdachte onder de achternaam [verdachte 2] (parketnummer 13-120480-15) gesteld als raadsman; in die zaak zijn op verzoek van de verdediging getuigen gehoord. Aangezien de raadsman niet op de hoogte was van de vervolging voor hetzelfde feit onder de achternaam [verdachte 1] heeft hij zich niet als raadsman in die zaak gesteld en was hij op 13 oktober 2016 niet bij de behandeling van de strafzaak tegen [verdachte 1] aanwezig. In de zaak onder de achternaam [verdachte 2] is het openbaar ministerie niet ontvankelijk verklaard in de vervolging van de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 68 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
De raadsman heeft het hof (primair) verzocht de zaak terug te wijzen naar de politierechter in de rechtbank Amsterdam, omdat hij – door een fout van het openbaar ministerie, dat volgens de raadsman had kunnen weten dat de verdachte onder twee verschillende achternamen voor hetzelfde feit werd vervolgd – niet ingevolge het bepaalde in artikel 51 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van de terechtzitting in eerste aanleg op de hoogte is gesteld, terwijl hij in de andere zaak van de verdachte met exact dezelfde tenlastelegging zich wel als raadsman had gesteld, en de politierechter daarom niet aan de behandeling van de onderhavige zaak had mogen toekomen.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat terugwijzing naar de politierechter niet noodzakelijk is en dat de zaak inhoudelijk door het gerechtshof kan worden behandeld.
Uit de aantekening mondeling vonnis van 13 oktober 2016 blijkt dat de behandeling van de zaak in eerste aanleg buiten tegenwoordigheid van de verdachte en diens raadsman heeft plaatsgevonden. Niet is gebleken dat de raadsman een afschrift van de dagvaarding voor de terechtzitting van 13 oktober 2016 is toegezonden of dat hij op andere wijze van de dag van de terechtzitting op de hoogte is geraakt.
Hoewel in de hoofdzaak door de politierechter in de rechtbank Amsterdam is beslist, brengt het in artikel 423, tweede lid, Sv besloten liggende beginsel dat een verdachte in aan hoger beroep onderworpen zaken aanspraak heeft op berechting in twee feitelijke instanties in onderhavige zaak mee dat, na vernietiging van het vonnis in eerste aanleg, de zaak wordt teruggewezen naar de eerste rechter. Het hof overweegt daartoe dat de politierechter ter terechtzitting aan de behandeling ten gronde niet had mogen toekomen omdat de raadsman van de verdachte, zijnde een persoon die een kernrol vervult bij het onderzoek ter terechtzitting, niet was verschenen en ook niet van de terechtzitting op de hoogte was. Nu bovendien de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep heeft verzocht dat de zaak wordt teruggewezen naar de rechtbank, komt het hof tot de navolgende beslissing. Het overigens door de raadsman gevoerde verweer behoeft onder deze omstandigheden geen bespreking meer.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep.
Wijst de zaak terug naar de politierechter in de rechtbank Amsterdam, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. S. Bek, in tegenwoordigheid van
mr. L.M. Schoutsen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
7 april 2017.