ECLI:NL:GHAMS:2017:1558
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing voorlopige hechtenis ondanks medische noodzaak fysiotherapie
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde op 12 april 2017 een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte, die medische noodzaak tot intensieve fysiotherapie had aangetoond middels brieven van een orthopedisch chirurg.
De verdediging stelde dat de benodigde fysiotherapie in de huis van bewaring niet adequaat kon worden geboden. Het hof oordeelde echter dat dit niet voldoende was onderbouwd en dat niet was gebleken dat de therapie niet binnen detentie mogelijk was.
Daarom werd het verzoek tot schorsing afgewezen. De beschikking werd gegeven door de meervoudige strafkamer in raadkamer, waarbij ook de advocaat-generaal en de verdachte met raadsman aanwezig waren.
De zaak betreft een hernieuwd verzoek na een eerdere afwijzing, waarbij dezelfde medische argumenten werden aangevoerd maar onvoldoende bewijs werd geleverd dat detentie de therapie belemmert.
Het hof baseerde zijn beslissing op artikel 80 van Pro het Wetboek van Strafvordering en de beschikbare stukken, waaronder het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 29 december 2016.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis is afgewezen omdat niet is aangetoond dat de noodzakelijke fysiotherapie niet binnen detentie kan worden geboden.