ECLI:NL:GHAMS:2017:1589
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Röttgering
- Iedema
- Leenaers
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring klaagschrift teruggave verbeurd verklaard geldbedrag
Klaagster verzocht om teruggave van een bedrag van €50.000,00 dat op 16 april 2012 onder verdachte in beslag was genomen. Het gerechtshof Amsterdam had verdachte veroordeeld en het bedrag verbeurd verklaard. Klaagster diende een klaagschrift in op grond van artikel 552b Sv, maar het hof oordeelde dat dit prematuur was omdat de beslissing tot verbeurdverklaring nog niet onherroepelijk was vanwege cassatie.
Het hof beschouwde het klaagschrift als ingediend op grond van artikel 552a Sv, omdat uit de inhoud bleek dat klaagster van die mogelijkheid gebruik wilde maken. Tijdens de raadkamerzitting werd door de advocaat van klaagster betoogd dat het bedrag aan klaagster toebehoorde en dat de verbeurdverklaring op een vergissing berustte.
De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid of subsidiair ongegrondverklaring van het klaagschrift. Het hof oordeelde dat het belang van de strafvordering, mede vanwege de verbeurdverklaring, teruggave in de weg stond. Er was geen sprake van een kennelijke vergissing. Daarom werd het klaagschrift ongegrond verklaard en de beschikking onverwijld betekend aan klaagster.
Uitkomst: Het klaagschrift van klaagster wordt ongegrond verklaard en teruggave van het verbeurd verklaarde bedrag wordt geweigerd.