Uitspraak
1.Inhoud van het verzoek
2.Procesverloop
3.Beoordeling van het hoger beroep
- 2 dagen politiebureau à € 105,00 per dag € 210,00
- 97 dagen huis van bewaring à € 80,00 per dag € 7.760,00
Gerechtshof Amsterdam
Verzoeker was in voorlopige hechtenis gesteld op verdenking van poging tot diefstal met geweld en afpersing, maar werd uiteindelijk vrijgesproken. Het openbaar ministerie had hoger beroep ingesteld tegen de vrijspraak, maar dit hoger beroep werd ingetrokken zonder dat verzoeker hiervan op de hoogte was gesteld.
De rechtbank verklaarde het verzoek tot schadevergoeding niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van het verzoek binnen de wettelijke termijn van drie maanden na het einde van de strafzaak. Het hof oordeelde echter dat verzoeker geen vaste woon- of verblijfplaats had en niet bereikbaar was, waardoor hij niet redelijkerwijs van het einde van de zaak op de hoogte kon zijn.
Het hof stelde vast dat verzoeker pas op of omstreeks 1 april 2015 kennis kreeg van de intrekking van het hoger beroep en dat het verzoek tot vergoeding op 22 april 2015 werd ingediend, binnen de wettelijke termijn. Daarom verklaarde het hof het verzoek ontvankelijk en kende een vergoeding van €7.970 toe voor de door verzoeker ondergane verzekering en voorlopige hechtenis.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hof beval de onverwijlde betaling van de vergoeding ten laste van de Staat.
Uitkomst: Het hof kent verzoeker een vergoeding van €7.970 toe voor de onterechte voorlopige hechtenis.