In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en een andere bewijsbeslissing genomen. De verdachte werd vrijgesproken van het niet voldoen aan gebiedsverboden (zaken A en B) omdat niet kon worden bewezen dat hij op de hoogte was van deze verboden. Het hof stelde vast dat de kennisgeving van het gebiedsverbod niet persoonlijk aan de verdachte was bezorgd en dat hij de publicatie in de krant niet had gelezen.
Voor zaak C werd de verdachte wel schuldig bevonden aan het opzettelijk en wederrechtelijk beschadigen van een deurbel en een kozijn die toebehoren aan een ander. Dit feit werd wettig en overtuigend bewezen verklaard. De overige tenlasteleggingen in zaak C werden niet bewezen verklaard.
Het hof hield rekening met de ernst van het feit en de omstandigheden, waaronder eerdere soortgelijke veroordelingen van de verdachte, maar vond een geldboete passend. De strafmaat werd bepaald op een geldboete van €150,- en drie dagen hechtenis, die bij niet-betaling wordt omgezet in hechtenis. Het bevel tot bewaring werd opgeheven.