ECLI:NL:GHAMS:2017:1706
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vernietiging leaseovereenkomsten wegens ontbreken toestemming echtgenote
In deze civiele zaak stond centraal of de echtgenote van geïntimeerde tijdig de vernietiging van vijf leaseovereenkomsten kon inroepen omdat zij geen schriftelijke toestemming had gegeven voor het aangaan daarvan. De kantonrechter had reeds vastgesteld dat de echtgenote tijdig nietigheid had ingeroepen voor drie overeenkomsten. Dexia betwistte dit voor de overige twee en voerde verjaring aan.
Het hof oordeelde dat de vernietigingsbrief van de echtgenote uit 2003 ook betrekking had op de nog lopende overeenkomsten, ondanks dat deze niet expliciet genoemd werden. Het bewijsvermoeden dat de echtgenote bekend was met de overeenkomsten werd door het hof weerlegd op basis van getuigenverklaringen. Dexia kon niet aantonen dat de echtgenote eerder dan drie jaar voor de vernietigingsbrief op de hoogte was van de overeenkomsten.
Verder behandelde het hof de verrekening van de verkoopopbrengst van aandelen die uit de overeenkomsten waren geleverd. Het stelde dat de waarde van de aandelen op de dag van vernietiging of verkoop moet worden bepaald en wees de zaak voor nadere aktewisseling en waardebepaling terug naar de rol.
Het hof wees de grieven van Dexia af en hield verdere beslissing aan, waarmee de vernietiging van de overeenkomsten stand hield en nadere afwikkeling volgde.
Uitkomst: Het hof bevestigt de vernietiging van de leaseovereenkomsten en wijst de grieven van Dexia af, met verwijzing voor nadere waardebepaling.