ECLI:NL:GHAMS:2017:1709
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging leaseovereenkomsten wegens ontbreken schriftelijke toestemming echtgenoot
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep geoordeeld over de vernietiging van meerdere leaseovereenkomsten gesloten tussen appellante en Dexia Nederland B.V. De kern van het geschil betrof de vraag of de echtgenoot van appellante schriftelijke toestemming had gegeven voor het aangaan van deze overeenkomsten, zoals vereist volgens artikel 1:88 en Pro 1:89 BW.
De kantonrechter had de vorderingen met betrekking tot de overeenkomsten I tot en met VII afgewezen vanwege verjaring, maar het hof stelde vast dat de dagvaarding van 13 maart 2003 in een collectieve procedure de verjaringstermijn had gestuit. Tevens oordeelde het hof dat het bewijsvermoeden dat de echtgenoot bekend was met de overeenkomsten niet was ontzenuwd voor de overeenkomsten I tot en met IV, omdat Dexia onvoldoende bewijs leverde dat betalingen van een en/of-rekening plaatsvonden.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de kantonrechter en verklaarde dat de leaseovereenkomsten rechtsgeldig waren vernietigd. Dexia werd veroordeeld tot terugbetaling van de door appellante betaalde bedragen, verminderd met ontvangen bedragen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 3 november 2003. Tevens werd Dexia veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en verklaart de leaseovereenkomsten rechtsgeldig vernietigd met terugbetaling en wettelijke rente.