ECLI:NL:GHAMS:2017:1737
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen overtreding gebiedsverbod in Amsterdam
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 22 april 2014 in Amsterdam opzettelijk niet voldeed aan een gebiedsverbod dat door de burgemeester was opgelegd om zich uit het dealeroverlastgebied te verwijderen en daar drie maanden niet te bevinden.
De verdediging voerde aan dat het gebiedsverbod niet rechtsgeldig in werking was getreden omdat het bestuursorgaan niet had gezorgd voor een geldige bekendmaking, mede doordat de verdachte gedetineerd zat en het GBA-adres niet was gecontroleerd. Het hof oordeelde echter dat het besluit rechtsgeldig was bekendgemaakt door toezending aan de door verdachte opgegeven adressen en publicatie in dagbladen, waardoor het besluit op 19 maart 2014 in werking trad.
Verder stelde het hof vast dat de verdachte vanaf 14 april 2014 wetenschap had van het gebiedsverbod en dat hij dit op 22 april 2014 opzettelijk heeft overtreden door zich in het gebied te bevinden. Het hof verklaarde het ten laste gelegde bewezen, kwalificeerde het als opzettelijk niet voldoen aan een wettelijk gegeven bevel en verklaarde de verdachte strafbaar.
Gezien de ernst van het feit en de omstandigheden, en omdat het hof in een andere zaak een ISD-maatregel aan de verdachte zal opleggen, besloot het hof toepassing te geven aan artikel 9a Sr en geen straf of maatregel op te leggen. Het vonnis van de politierechter wordt vernietigd en het hof spreekt de verdachte vrij van overige tenlasteleggingen.
Uitkomst: Het hof verklaart het bewezen verklaarde strafbaar maar legt geen straf op vanwege de oplegging van een ISD-maatregel.