ECLI:NL:GHAMS:2017:1770
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- C.M. Aarts
- D. Kingma
- H.M.M. Steenberghe
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstige bedreiging en onmogelijkheid tot voortzetting arbeid
De zaak betreft de ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een pedagogisch medewerker bij een kinderdagverblijf vanwege een ernstige bedreiging op haar leven, die verband houdt met het criminele milieu waarin haar familie zich bevindt. De werkgever kon de werknemer niet meer inzetten vanwege het veiligheidsrisico voor de kinderen en de werknemer zelf.
De kantonrechter had de arbeidsovereenkomst ontbonden met ingang van de dag na het zwangerschapsverlof, maar het hof stelde vast dat dit te vroeg was en bepaalde de ontbindingsdatum op zes weken na het einde van het zwangerschapsverlof, conform het ontslagverbod. De werknemer vorderde daarnaast betaling van achterstallig salaris, een transitievergoeding en een billijke vergoeding, waarvan alleen het salaris en de transitievergoeding werden toegewezen, niet de billijke vergoeding.
Het hof oordeelde dat de h-grond (ontbinding wegens omstandigheden die voortzetting van de arbeidsovereenkomst onredelijk maken) zelfstandig beoordeeld kan worden en dat de ernstige bedreiging een geldige reden vormt voor ontbinding. De werkgever heeft niet onzorgvuldig gehandeld en er was geen mogelijkheid tot herplaatsing binnen de organisatie. De stageperiode werd niet meegerekend voor de transitievergoeding omdat deze primair opleidingsgericht was.
De beschikking werd vernietigd voor wat betreft de ontbindingsdatum en de betaling van achterstallig salaris en rente, en in die onderdelen opnieuw vastgesteld. Voor het overige werd de beschikking bekrachtigd. De werknemer werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van zes weken na het einde van het zwangerschapsverlof, met toekenning van salaris en transitievergoeding, zonder billijke vergoeding.