ECLI:NL:GHAMS:2017:1861
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afwijzing ondertoezichtstelling minderjarige kinderen
De ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin hun twee minderjarige kinderen onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI) werden gesteld. De ondertoezichtstelling was ingesteld vanwege zorgen over de ontwikkeling van de kinderen, mede door ziekte en schoolverzuim.
Het hof heeft het dossier en de mondelinge behandeling beoordeeld, waarbij onder meer een rapport van de raad en een brief van een zorgcoördinator/orthopedagoog van de school werden betrokken. De kinderen, met name de jongste, hebben specifieke ontwikkelingsproblemen en hebben lange tijd passende begeleiding en onderwijs nodig gehad. De ouders hebben zich ingespannen om een geschikte school te vinden, en de jongste kind gaat sinds eind oktober 2016 naar een passende school waar hij goed functioneert.
Het hof oordeelt dat de medische en ontwikkelingsproblemen niet zodanig zijn dat zij een ondertoezichtstelling rechtvaardigen. De raad en de GI hebben geen dringende zorgen geuit over de schoolgang of ontwikkeling sinds de ondertoezichtstelling. Ook is er goed overleg met de leerplichtambtenaar. Daarom vernietigt het hof de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling af en vernietigt de beschikking van de rechtbank.