ECLI:NL:GHAMS:2017:1937
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt gedeeltelijke verlaging en terugbetalingsverplichting partneralimentatie na echtscheiding
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 23 mei 2017 uitspraak gedaan in hoger beroep over de partneralimentatie tussen een man en vrouw na hun echtscheiding in 2011. De man had verzocht de alimentatie met ingang van 1 mei 2015 op nihil te stellen, terwijl de rechtbank deze had vastgesteld op €540 per maand vanaf 1 augustus 2015. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en bepaalde de alimentatie nihil voor de periode 1 juni tot 1 augustus 2015, €442 per maand vanaf 1 augustus 2015 en €540 per maand vanaf 8 april 2017.
De man voerde aan dat zijn draagkracht lager was dan door de rechtbank aangenomen vanwege lagere pensioenuitkeringen en woonlasten in Zweden. Het hof oordeelde echter dat de lagere pensioenuitkeringen het gevolg waren van vrijwillige keuzes van de man en dat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij permanent in Nederland woonde, waardoor woonlasten van een vakantiewoning buiten beschouwing bleven. De draagkracht van de man werd vastgesteld op basis van een pensioenuitkering van €23.104 per jaar.
Het hof hield ook rekening met de inkomsten en lasten van de vrouw, waaronder haar pensioen en oppaswerkzaamheden, en maakte een jusvergelijking waaruit bleek dat de vrouw met de aangepaste alimentatie niet meer vrij te besteden overhoudt dan de man. Over de periode van nihil-alimentatie moet de vrouw het teveel ontvangen bedrag terugbetalen, waarbij het hof oordeelde dat het nadeel van de periode zonder inkomen redelijkerwijs door beide partijen gedragen moet worden, mede omdat de man zijn verzoek tot wijziging laat had ingediend.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt nihil gesteld van 1 juni tot 1 augustus 2015, daarna gefaseerd verhoogd, met een terugbetalingsverplichting voor de vrouw over de nihil-periode.