ECLI:NL:GHAMS:2017:2082
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid in vordering opheffing schorsing voorlopige hechtenis
De verdachte werd op 18 april 2017 aangehouden wegens een overtreding van de Opiumwet. De officier van justitie vorderde de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis. De rechtbank Amsterdam verklaarde deze vordering niet-ontvankelijk, verwijzend naar artikel 84 Sv Pro. Het hof stelt vast dat artikel 82 Sv Pro van toepassing is, waarin geen termijn is gesteld voor het indienen van de vordering tot opheffing van de schorsing van voorlopige hechtenis.
Hierdoor oordeelt het hof dat de rechtbank ten onrechte het OM niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard. Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam voor een inhoudelijke beoordeling van de vordering.
De beschikking is gegeven in raadkamer door de voorzitter en raadsheren van het hof, waarbij de advocaat-generaal de beschikking ter kennis van de verdachte brengt. De procedure benadrukt het belang van correcte toepassing van de procesregels omtrent voorlopige hechtenis.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.