ECLI:NL:GHAMS:2017:2186
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis met afwijzing vordering tenuitvoerlegging geldboete wegens ontbreken mededeling verstekvonnis
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam. Het hof bevestigt het oorspronkelijke vonnis, met uitzondering van de beslissing over de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde geldboete van €200.
De tenuitvoerlegging was eerder toegewezen door de politierechter, maar in hoger beroep stelden zowel de advocaat-generaal als de raadsman van de verdachte dat deze vordering moest worden afgewezen omdat het dossier geen bewijs bevatte van mededeling van het verstekvonnis aan de verdachte, zoals vereist op grond van artikel 366 of Pro 366a lid 2 Sv.
Het hof concludeerde dat niet vaststaat dat de verdachte op de hoogte was van zijn veroordeling en de aanvang van de proeftijd. Daarom vernietigde het hof het vonnis voor zover het de tenuitvoerlegging betreft en wees deze vordering af. Daarnaast werd het overzicht van bewijsmiddelen aangevuld met een kennisgeving van inbeslagneming van een gebruikershoeveelheid cocaïne.
Het arrest werd uitgesproken door een meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 6 juni 2017, waarbij de jongste raadsheer niet kon ondertekenen.
Uitkomst: De vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke geldboete wordt afgewezen wegens ontbreken van mededeling van het verstekvonnis aan de verdachte.