ECLI:NL:GHAMS:2017:2201

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 april 2017
Publicatiedatum
13 juni 2017
Zaaknummer
23-000955-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging zware mishandeling en mishandeling

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de strafzaak over een incident op 6 november 2014 te Haarlem waarbij verdachte werd beschuldigd van poging zware mishandeling en mishandeling van het slachtoffer.

Tijdens het hoger beroep zijn de verdachte en het slachtoffer gehoord, waarbij hun verklaringen lijnrecht tegenover elkaar stonden. Er waren geen getuigen aanwezig bij het incident en het letsel van het slachtoffer kon niet eenduidig worden toegeschreven aan een van de verklaringen.

De advocaat-generaal had een taakstraf van 120 uur of subsidiair 60 dagen hechtenis gevorderd, maar het hof oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van poging zware mishandeling en mishandeling.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000955-15
datum uitspraak: 11 april 2017
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 19 februari 2015 in de strafzaak onder parketnummer 15-273428-14 tegen
[naam],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
adres: [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 7 januari 2016 en 28 maart 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
primair:
hij op of omstreeks 6 november 2014 te Haarlem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door die [slachtoffer] een en/of meermalen
-in/tegen het gezicht, althans het hoofd heeft geslagen en/of gestompt (waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen) en/of (vervolgens)
-tegen de benen, althans tegen het lichaam (terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) heeft getrapt en/of geschopt terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair:
hij op of omstreeks 6 november 2014 te Haarlem [slachtoffer] heeft mishandeld door door die [slachtoffer] een en/of meermalen
-in/tegen het gezicht, althans het hoofd heeft geslagen en/of gestompt (waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen) en/of (vervolgens)
-tegen de benen, althans tegen het lichaam (terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) heeft getrapt en/of heeft geschopt;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.

Vrijspraak

Bij tussenarrest van het gerechtshof Amsterdam van 21 januari 2016 heeft het hof het noodzakelijk geacht de aangever [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) ter terechtzitting in hoger beroep als getuige te horen. Ter terechtzitting van 28 maart 2017 is [slachtoffer] gehoord en heeft hij antwoord gegeven op vragen van het hof, de advocaat-generaal en de raadsvrouw van de verdachte.
Op grond van de stukken in het dossier alsmede het verhandelde ter terechtzitting overweegt het hof dat de verklaringen van de verdachte lijnrecht tegenover die van [slachtoffer] staan. Geen van beide lezingen is zonder meer als volstrekt onaannemelijk van de hand te wijzen. Nu bij het incident geen getuigen aanwezig zijn geweest en ook het letsel van de aangever niet uitsluitend bij de ene of de andere lezing past, is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. H.M.J. Quaedvlieg en mr. R. Kuiper, in tegenwoordigheid van
mr. J.R. Ineke, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 april 2017.
=========================================================================
[… 1]