ECLI:NL:GHAMS:2017:2447

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 juni 2017
Publicatiedatum
26 juni 2017
Zaaknummer
23-003020-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.7 lid 2 APV 2008 AmsterdamArt. 6.1 APV 2008 AmsterdamArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 63 Sr
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vonnis en oplegging taakstraf wegens overtreding APV Amsterdam

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de kantonrechter vernietigd omdat dit slechts een aantekening betrof volgens artikel 395a Sv. De verdachte werd beschuldigd van het zich ophouden op de openbare weg in Amsterdam met het oogmerk om harddrugs of daaraan gelijkende middelen aan te bieden.

Het hof achtte bewezen dat de verdachte zich op 14 juni 2014 in de Leidsestraat te Amsterdam ophield met het doel harddrugs aan te bieden, hetgeen een overtreding van artikel 2.7 lid 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 Amsterdam oplevert. Andere tenlasteleggingen werden niet bewezen verklaard.

De rechtbank had de verdachte veroordeeld tot vier weken hechtenis, maar het hof vond een geheel voorwaardelijke straf onvoldoende gezien de ernst van het feit en de recidive van de verdachte. Gezien het tijdsverloop legde het hof een taakstraf van 30 uur en 15 dagen hechtenis op, waarbij de hechtenis kan worden vervangen indien de taakstraf niet naar behoren wordt verricht.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 13 juni 2017 en bevat een uitgebreide motivering over strafbaarheid, bewezenverklaring en strafoplegging.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 30 uur taakstraf en 15 dagen hechtenis wegens overtreding APV Amsterdam.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003020-16
datum uitspraak: 13 juni 2017
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 8 augustus 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-095350-15 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats], op [geboortedag] 1964,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
30 mei 2017.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 14 juni 2014 te Amsterdam zich op en/of aan de weg, te weten de Leidsestraat, heeft opgehouden, terwijl aannemelijk is, dat zulks gebeurde om middelen als bedoeld in art. 2 of Pro 3 van de Opiumwet althans daarop gelijkende waar, en/of slaapmiddelen en/of kalmeringsmiddelen en/of stimulerende middelen of daarop gelijkende waar te kopen en/of te koop aan te bieden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 14 juni 2014 te Amsterdam zich op de weg, te weten de Leidsestraat, heeft opgehouden, terwijl aannemelijk is, dat zulks gebeurde om middelen als bedoeld in art. 2 van Pro de Opiumwet, althans daarop gelijkende waar, te koop aan te bieden.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
overtreding van artikel 2.7, tweede lid van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 van de gemeente Amsterdam.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De kantonrechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot hechtenis voor de duur van vier weken.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot hechtenis voor de duur van vier weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft door harddrugs of daarop gelijkende waar te koop aan te bieden met zijn handelen overlast en hinder veroorzaakt op de openbare weg. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 8 mei 2017 is hij eerder, ook ter zake van soortgelijke strafbare feiten, meermalen onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn nadeel weegt.
Het hof heeft geconstateerd dat het bewezen verklaarde feit van geruime tijd geleden dateert. Een geheel voorwaardelijke straf, zoals geëist door de advocaat-generaal, doet echter geen recht aan de ernst van het gepleegde feit en de recidive van de verdachte. Wel ziet het hof in het tijdverloop aanleiding geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, maar een werkstraf op te leggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 2.7 lid 2 en 6.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 Amsterdam en de artikelen 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
15 (vijftien) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. J.L.M. Boek, in tegenwoordigheid van S.E.F. Rahimbaks, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
13 juni 2017.
mr. J.L.M. Boek is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.