ECLI:NL:GHAMS:2017:2486

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
21 juni 2017
Publicatiedatum
27 juni 2017
Zaaknummer
15/872136-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging voortzetting voorlopige hechtenis wegens ernstige bezwaren

Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van de verdachte tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, die het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis had afgewezen. Het hof heeft de stukken en de gronden van de rechtbank zorgvuldig bestudeerd en de advocaat-generaal en verdachte gehoord.

Het hof sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank dat er voldoende ernstige bezwaren zijn om de voorlopige hechtenis te continueren. Er is geen sprake van een situatie waarin het dossier evident onvoldoende of ondeugdelijk bewijs bevat. Sinds de vorige beschikking van het hof op 4 januari 2017 is er geen wijziging in de omstandigheden ten gunste van de verdachte opgetreden.

Het hof overweegt tevens dat de gronden voor de voorlopige hechtenis onverminderd van kracht zijn en dat geen omstandigheid als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv zich voordoet. Het verzoek van de verdachte tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen vanwege het ernstige karakter van het feit en het ontbreken van bijzondere persoonlijke omstandigheden.

De beschikking van het hof bevestigt daarmee de voortzetting van de voorlopige hechtenis en wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing af.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af, waardoor de voorlopige hechtenis wordt voortgezet.

Uitspraak

15/872136-16
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[appellant] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
wonende te [adres] ,
thans verblijvende in het huis van bewaring De Geniepoort te Alphen aan den Rijn,
tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 18 mei 2017, voor zover houdende afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 19 mei 2017, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beslissing van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. F.D.W. Siccama.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep en de gronden waarop deze berust.
Het hof neemt over hetgeen de rechtbank heeft overwogen in het bevel gevangenhouding ten aanzien van de ernstige bezwaren. Het hof is van oordeel dat ook in dit stadium van de procedure voldoende ernstige bezwaren zijn om de voorlopige hechtenis te continueren. De vraag of er voldoende en deugdelijk bewijs is voor de feiten zal eerst bij de inhoudelijke behandeling aan de orde komen. Van een situatie waarbij op voorhand vast staat dat het dossier evident onvoldoende en/of slechts ondeugdelijk bewijs bevat, is geen sprake. Het hof merkt daarbij in het bijzonder op dat er sinds de beschikking van dit hof van 4 januari 2017 op dit punt niets ten gunste van de verdachte is veranderd. Het hof overweegt dat dit eveneens van toepassing is met betrekking tot de gronden die aan de voorlopige hechtenis ten grondslag liggen.
Het hof is van oordeel dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv zich thans niet voordoet en zal derhalve de voorlopige hechtenis niet opheffen.
Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing overweegt het hof dat er sprake is van een zeer ernstig feit en een geschokte rechtsorde. Onder die omstandigheden kan van een schorsing alleen sprake zijn als zich zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden voordoen. Daarvan is niet gebleken. Om die reden zal het hof het verzoek van de verdachte afwijzen.
15/872136-16

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beslissing, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 21 juni 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, voorzitter,
mrs. A.M. van Woensel en N.R.A. Meerbeek, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 21 juni 2017,
de advocaat-generaal