ECLI:NL:GHAMS:2017:2632
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van belaging ex-partner ondanks herhaald contact
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte was veroordeeld voor belaging van zijn ex-partner. Verdachte werd verweten herhaaldelijk contact te hebben gezocht met het slachtoffer, onder meer door haar bij haar werk te observeren en berichten te sturen via derden.
Bij de beoordeling van de zaak heeft het hof gekeken naar de aard, duur, frequentie en intensiteit van de gedragingen, evenals de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden en de impact op het slachtoffer. Hoewel verdachte meerdere keren bij het werk van het slachtoffer aanwezig was en contact via derden zocht, vond het hof dat deze gedragingen niet voldoende waren om te spreken van een wederrechtelijke en stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer.
Het hof nam mee dat verdachte en slachtoffer beiden werkzaam waren op dezelfde locatie en dat er sprake was van een knipperlichtrelatie, wat de aanwezigheid van verdachte op de werkplek deels verklaarde. Ook speelde mee dat het slachtoffer nog persoonlijke spullen van verdachte in bezit had, wat het contact deels verklaarde.
Gelet op deze omstandigheden en het bewijs oordeelde het hof dat het ten laste gelegde niet bewezen kon worden en sprak verdachte vrij van belaging. Het eerdere vonnis werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door verdachte vrij te spreken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van belaging.