ECLI:NL:GHAMS:2017:2634
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding wegens ongeldige betekening en terugwijzing naar politierechter
In deze strafzaak is verdachte in hoger beroep gegaan tegen het vonnis van de politierechter wegens diefstal van een fiets. De kern van het geschil betrof de geldigheid van de inleidende dagvaarding. De raadsman van verdachte stelde dat de dagvaarding niet rechtsgeldig was betekend omdat verdachte ten tijde van de betekening gedetineerd was.
Het hof heeft detentieverklaringen van de Dienst Justitiële Inrichtingen bestudeerd waaruit bleek dat verdachte gedurende de periode van betekening gedetineerd was in twee verschillende penitentiaire inrichtingen. Tevens bleek uit het dossier dat een poging tot betekening op het woonadres van verdachte tevergeefs was geweest.
Hierdoor concludeerde het hof dat niet was voldaan aan de wettelijke eisen voor betekening zoals neergelegd in artikel 588 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De dagvaarding was daarom nietig en had in eerste aanleg nietig verklaard moeten worden.
Omdat verdachte niet persoonlijk was verschenen in hoger beroep en de dagvaarding hem niet rechtsgeldig was betekend, oordeelde het hof dat de zaak niet verder in hoger beroep kon worden behandeld. Het hof vernietigde het vonnis en verwees de zaak terug naar de politierechter met het bevel om met inachtneming van dit arrest opnieuw recht te doen.
Uitkomst: De dagvaarding is nietig verklaard wegens ongeldige betekening en de zaak is terugverwezen naar de politierechter.