ECLI:NL:GHAMS:2017:2681

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
28 juni 2017
Publicatiedatum
10 juli 2017
Zaaknummer
13/751449-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 40 Overleveringswet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep tegen schorsing overleveringsdetentie verdachte

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van een verdachte tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam om het verzoek tot schorsing van zijn overleveringsdetentie af te wijzen. De verdachte, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland en momenteel gedetineerd in Zaanstad, had ingestemd met een verkorte procedure en wilde op korte termijn naar Roemenië reizen vanwege een mogelijke gratieregeling en een lopende zaak daar.

De officier van justitie had echter besloten geen medewerking te verlenen aan de verkorte procedure vanwege de omstandigheden waaronder verdachten in Roemenië worden gedetineerd. Het hof nam kennis van de stukken en hoorde zowel de advocaat-generaal als de verdachte en diens raadsman.

Het hof onderschreef de gronden van de rechtbank en oordeelde dat het vluchtgevaar onverminderd aanwezig is, mede vanwege het ontbreken van binding met Nederland en het feit dat de verdachte meerdere woonplaatsen in Europa heeft. Het hof vond dat het vluchtgevaar onvoldoende kon worden beperkt door schorsingsvoorwaarden.

Daarom wees het hof het hoger beroep af en bevestigde de beslissing tot voortzetting van de overleveringsdetentie. De zaak zal op 8 augustus 2017 worden behandeld door de Internationale Rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de voortzetting van de overleveringsdetentie.

Uitspraak

13/751449-17
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1985,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
thans verblijvende in het huis van bewaring Zaanstad te Westzaan,
tegen de beslissing van de rechtbank te Amsterdam, Internationale Rechtshulpkamer, van 16 juni 2017, voor zover houdende afwijzing van het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 16 juni 2017, waarbij namens de opgeëiste persoon hoger beroep is ingesteld van voormelde beslissing van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon en heeft gehoord de advocaat-generaal en de opgeëiste persoon, bijgestaan door diens raadsman mr. [naam].

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust.
Namens de opgeëiste persoon is aangevoerd dat hij heeft ingestemd met de verkorte procedure en bereid is zelfstandig op korte termijn naar Roemenië af te reizen. Op grond van het bepaalde in artikel 40 van Pro de Overleveringswet heeft de officier van justitie echter beslist dat voorlopig aan deze procedure geen medewerking kan worden verleend, gelet op de omstandigheden waaronder verdachten in Roemenië plegen te worden gedetineerd.
Het verzoek tot overlevering zal op 8 augustus 2017 worden behandeld door de Internationale Rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam. Ten behoeve hiervan heeft de officier van justitie informatie opgevraagd bij de Roemeense autoriteiten over de concrete detentieomstandigheden in het geval van de opgeëiste persoon.
Namens de opgeëiste persoon is aangevoerd dat hij op korte termijn naar Roemenië wil gaan in verband met een mogelijke gratieregeling voor feiten waarvoor hij in Roemenië al terecht heeft gestaan en een aangehouden behandeling in hoger beroep van een andere zaak waarin hij verdachte is. Deze stellingen zijn echter niet onderbouwd met onderliggende gerechtelijke stukken.
Met de rechtbank en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat het vluchtgevaar onverkort aanwezig is, mede gelet op het ontbreken van een binding met Nederland en het feit dat de opgeëiste persoon naar eigen zeggen woonplaats heeft in verschillende Europese landen. Het vluchtgevaar kan onvoldoende worden ingeperkt door het stellen van schorsingsvoorwaarden.
13/751449-17

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beslissing, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
Deze beschikking is gegeven op 28 juni 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. F.A. Hartsuiker, voorzitter,
mrs. P.F.E. Geerlings en N.R.A. Meerbeek, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 28 juni 2017,
de advocaat-generaal