ECLI:NL:GHAMS:2017:2681
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen schorsing overleveringsdetentie verdachte
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van een verdachte tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam om het verzoek tot schorsing van zijn overleveringsdetentie af te wijzen. De verdachte, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland en momenteel gedetineerd in Zaanstad, had ingestemd met een verkorte procedure en wilde op korte termijn naar Roemenië reizen vanwege een mogelijke gratieregeling en een lopende zaak daar.
De officier van justitie had echter besloten geen medewerking te verlenen aan de verkorte procedure vanwege de omstandigheden waaronder verdachten in Roemenië worden gedetineerd. Het hof nam kennis van de stukken en hoorde zowel de advocaat-generaal als de verdachte en diens raadsman.
Het hof onderschreef de gronden van de rechtbank en oordeelde dat het vluchtgevaar onverminderd aanwezig is, mede vanwege het ontbreken van binding met Nederland en het feit dat de verdachte meerdere woonplaatsen in Europa heeft. Het hof vond dat het vluchtgevaar onvoldoende kon worden beperkt door schorsingsvoorwaarden.
Daarom wees het hof het hoger beroep af en bevestigde de beslissing tot voortzetting van de overleveringsdetentie. De zaak zal op 8 augustus 2017 worden behandeld door de Internationale Rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de voortzetting van de overleveringsdetentie.