ECLI:NL:GHAMS:2017:2867
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak ontucht wegens onvoldoende steunbewijs ondanks betrouwbare verklaring slachtoffer
In hoger beroep werd de verdachte beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige over de periode van januari 2013 tot november 2014. De tenlastelegging betrof onder meer het aanraken en betasten van het slachtoffer en orale seks. De rechtbank had de verdachte eerder veroordeeld, maar het hof vernietigde dit vonnis.
Het hof achtte de verklaring van het slachtoffer authentiek en betrouwbaar, mede op basis van een deskundigenrapport dat de verklaring als accuraat, volledig en consistent beoordeelde. Echter, het hof vond het steunbewijs onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. Naast de verklaring van het slachtoffer was er slechts contextueel bewijs, zoals getuigenverklaringen over het samen slapen en het naar bed brengen van het slachtoffer, maar dit bood geen concrete steun aan de beschuldigingen.
De verdediging had aangevoerd dat het slachtoffer niet kon worden ondervraagd, wat een bewijsrisico opleverde, maar het hof liet dit in het midden omdat ook met de verklaring als bewijs het bewijsminimum niet werd gehaald. Op grond van artikel 342 lid 2 Sv Pro mag een veroordeling niet uitsluitend op één getuige worden gebaseerd. De verdachte werd daarom vrijgesproken.
De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd afgewezen omdat de verdachte niet schuldig was bevonden. Het hof bepaalde dat beide partijen hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende steunbewijs ondanks betrouwbare verklaring slachtoffer.