ECLI:NL:GHAMS:2017:2940
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt afwijzing vernietiging effectenleaseovereenkomsten wegens ontbreken schriftelijke toestemming echtgenote
In deze civiele procedure stond de geldigheid van de vernietiging van effectenleaseovereenkomsten centraal. Appellant had namens zijn echtgenote brieven gestuurd waarin de leaseovereenkomsten werden vernietigd op grond van artikel 1:89 lid 1 BW Pro, omdat zij geen schriftelijke toestemming had gegeven. De echtgenote verklaarde tijdens het getuigenverhoor echter dat zij deze brieven niet had verstuurd, de handtekening niet van haar was en zij de brieven pas recentelijk voor het eerst had gezien.
De kantonrechter had de vordering van appellant afgewezen en de reconventionele vordering van Dexia toegewezen. Het hof nam de vastgestelde feiten over en oordeelde dat geen rechtsgeldig beroep op vernietiging was gedaan door of namens de echtgenote. De eerste brief was niet ondertekend en de tweede brief was wel ondertekend, maar niet door de echtgenote of appellant.
Appellant voerde aan dat de echtgenote op de hoogte was van de brief en dat hij haar toestemming had voor het versturen, maar dit werd door het hof niet bevestigd door de getuigenverklaringen. Ook de bekrachtiging van de brieven in 2013 door de echtgenote maakte dit niet anders. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, wees de vordering van appellant af en veroordeelde hem in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van appellant af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.