ECLI:NL:GHAMS:2017:322

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 januari 2017
Publicatiedatum
9 februari 2017
Zaaknummer
23-002059-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 63 SrArt. 310 Sr
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen vonnis winkeldiefstal met voorwaardelijke gevangenisstraf

In hoger beroep is het vonnis van de politierechter bevestigd wat betreft de bewezenverklaring van winkeldiefstal, maar het hof vernietigt de opgelegde straf en bepaalt een nieuwe strafoplegging. De verdachte is veroordeeld voor winkeldiefstal, een feit dat overlast en schade veroorzaakt en getuigt van weinig respect voor eigendommen van anderen.

De verdachte heeft een uitgebreid strafrechtelijk verleden met meerdere veroordelingen voor vermogensdelicten. Vanwege de reeds opgelegde ISD-maatregel en het verblijf in een inrichting voor stelselmatige daders acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend. Om recidive te voorkomen legt het hof een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken op met een proeftijd van twee jaar, zonder bijzondere voorwaarden.

De tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de straf. Het hof bevestigt het vonnis in alle andere opzichten. De strafoplegging is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Uitkomst: Voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken met een proeftijd van twee jaar opgelegd.

Uitspraak

parketnummer: 23-002059-16
datum uitspraak: 26 januari 2017
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 mei 2017 (het hof leest hier en verder voor 27 mei 2017: 27 mei 2016) in de strafzaak onder parketnummer 13-701961-16 tegen:
[verdachte],
geboren te Delft op [geboortedatum] 1966,
adres: [adres],
thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. Huis van Bewaring Nieuwersluis te Utrecht.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
26 januari 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg van 27 mei 2016.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de strafoplegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met bijzondere voorwaarden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal. Winkeldiefstallen veroorzaken overlast en schade bij de betrokkenen.
De verdachte heeft er met haar handelen blijk van gegeven weinig respect te hebben voor de eigendommen van anderen.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 11 januari 2017 is zij veelvuldig eerder ter zake van vermogensdelicten onherroepelijk veroordeeld.
Gelet op de veelvoud aan strafrechtelijke contacten is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel een passende strafrechtelijke reactie op het bewezen verklaarde. Ter terechtzitting in hoger beroep is echter gebleken dat aan de verdachte bij inmiddels onherroepelijk geworden vonnis van 29 december 2016 (parketnummer 09-827603-16) de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) is opgelegd en dat zij reeds vanaf 13 januari 2017 in een dergelijke inrichting verblijft. Om te voorkomen dat de verdachte na het afronden van haar ISD-maatregel gelijk wordt geconfronteerd met een nieuwe gevangenisstraf, zal aan de verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd. Wel acht het hof het nodig om – als stok achter de deur – een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, om te voorkomen dat de verdachte terugvalt in strafbaar gedrag op het moment dat haar ISD-maatregel is afgelopen. Anders dan de rechtbank ziet het hof geen reden om hieraan bijzondere voorwaarden te verbinden.
Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de eventuele uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.M.H.P. Houben, mr. M.J.A. Duker en mr. N.R.A. Meerbeek, in tegenwoordigheid van V.C. Langenburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
26 januari 2017.