ECLI:NL:GHAMS:2017:3226
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie: onvoldoende onderbouwing man over inkomen en draagkracht
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van een vrouw tegen de beschikking van de rechtbank Haarlem die de kinderbijdrage van de man op nihil had gesteld. De man had verzocht de bijdrage te beëindigen vanwege vermeend gebrek aan inkomen na het beëindigen van zijn WW-uitkering.
De vrouw stelde dat de man onvoldoende had aangetoond dat hij niet beschikte over inkomen en dat hij vermoedelijk zwarte inkomsten had. Ook voerde zij aan dat de behoefte van de minderjarige niet was gewijzigd. Het hof stelde vast dat de man onvoldoende bewijs had geleverd van zijn financiële situatie en draagkracht, waaronder het ontbreken van recente belastingaangiften en onvoldoende onderbouwing van zijn arbeidsongeschiktheid en zorgtaken.
Het hof rekende de man een verdiencapaciteit toe gelijk aan zijn voormalige WW-uitkering en bepaalde de draagkracht op €25 per maand. Tevens wees het hof het beroep op de aanvaardbaarheidstoets af vanwege onvoldoende onderbouwing. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en de kinderbijdrage met ingang van 3 juli 2015 vastgesteld op €25 per maand, met terugwerkende kracht tot die datum.
Uitkomst: De kinderbijdrage van de man wordt vastgesteld op €25 per maand met ingang van 3 juli 2015.