ECLI:NL:GHAMS:2017:33
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep en schorsingsverzoek voorlopige hechtenis wegens recidivegevaar in drugshandel
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 5 december 2016, waarin het bevel tot gevangenhouding was uitgesproken. De zaak betrof de voorlopige hechtenis van verdachte, die verdovende middelen in handelshoeveelheden en een groot contant geldbedrag in zijn woning had.
Het hof nam kennis van de stukken, hoorde de advocaat-generaal en de verdachte met zijn raadsman. Het hof onderschreef het oordeel van de rechtbank dat er sprake is van een gerechtvaardigde vrees voor recidive, ook ten aanzien van een tweede feit. De vrees is gebaseerd op de aanwezigheid van handelshoeveelheden drugs, contant geld, de schulden en financiële verplichtingen van verdachte, en de onduidelijkheid over zijn arbeidsstatus bij vrijlating.
Verdachte had verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis om financiële problemen op te lossen, maar gaf weinig openheid over de drugs en het geld. Het hof vond onvoldoende gegevens om te bepalen dat het recidivegevaar op maatschappelijk aanvaardbare wijze door voorwaarden bij schorsing kan worden beperkt. Daarom wees het hof zowel het hoger beroep als het schorsingsverzoek af.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af vanwege gerechtvaardigde vrees voor recidive.