ECLI:NL:GHAMS:2017:3399

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
2 augustus 2017
Publicatiedatum
25 augustus 2017
Zaaknummer
15/800202-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep tegen verlenging voorlopige hechtenis wegens ernstige bezwaren

Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van de verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland tot verlenging van zijn voorlopige hechtenis. De zaak betrof ernstige bezwaren tegen de verdachte in verband met verdovende middelen en contactmomenten met getuigen.

Het hof nam kennis van de stukken en hoorde de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw. Op basis van het aantal contactmomenten met de telefoon van de verdachte, verklaringen van getuigen en aangetroffen hoeveelheden verdovende middelen en geld, achtte het hof ernstige bezwaren aanwezig.

Het verzoek van de verdachte tot schorsing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen omdat de persoonlijke omstandigheden niet opwogen tegen het maatschappelijk belang. Het hof oordeelde tevens dat artikel 67a, derde lid, Wetboek van Strafvordering niet van toepassing was.

De beschikking van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep en het verzoek tot schorsing werden afgewezen.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.

Uitspraak

15/800202-17
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[appellant] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
wonende te [adres] ,
thans verblijvende in het huis van bewaring [detentieadres] ,
tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar van 5 juli 2017, voor zover houdende bevel tot verlenging van de geldigheidsduur van zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar van 6 juli 2017, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsvrouw mr. L.A. Sjadijeva.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep en de grond waarop deze berust.
Het hof acht ernstige bezwaren voor beide op de vordering inbewaringstelling genoemde feiten aanwezig. Ten aanzien van feit 2 heeft het hof gelet op het aantal contactmomenten met de telefoon van de verdachte in de periode van eind maart tot en met eind mei 2017, de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] en de bij de verdachte aangetroffen hoeveelheden verdovende middelen en geld. Hoewel uit het verhoor van de getuige [getuige 1] niet direct kan worden afgeleid dat zij de verdachte herkent van een aan haar getoonde foto, blijkt dit wel uit het aanvullende proces-verbaal van relaas.
Gelet op het bovenstaande is het hof van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte een misdrijf zal begaan waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld.
Gelet op de richtlijnen voor de feiten waarvan de verdachte wordt verdacht, is het hof van oordeel dat artikel 67a, derde lid, Wetboek van Strafvordering niet van toepassing is.
Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis overweegt het hof dat de namens de verdachte aangevoerde persoonlijke omstandigheden niet opwegen tegen het maatschappelijk belang.
15/800202-17

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 2 augustus 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. F.A. Hartsuiker, voorzitter,
mrs. N.R.A. Meerbeek en A.M. Ruige, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 2 augustus 2017,
de advocaat-generaal