Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
mr. B.J.R. Loijmanste Amsterdam,
mr. J.C.I. Veermante Volendam.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak tussen gewezen partners staat de verdeling van een gezamenlijk gekocht café centraal, inclusief de waardering van activa en de afwikkeling van een gemeenschappelijke schuld bij de Rabobank.
Het hof stelde vast dat het café per 1 februari 2009 aan de vrouw was toegedeeld en bepaalde de waarde van het café op €53.000,-, bestaande uit €43.000,- voor de inventaris en €10.000,- voor de goodwill. De vrouw moet de man de helft van dit bedrag, €26.500,-, betalen wegens overbedeling.
Daarnaast werd vastgesteld dat de gezamenlijke schuld aan de Rabobank €58.750,- bedroeg, waarvan €12.000,- voor rekening van de man kwam. De man had in oktober 2014 €47.124,87 afgelost, waarvan €35.124,87 op de gezamenlijke schuld. De vrouw had al €11.625,13 afgelost, waardoor de man een regresvordering van €11.749,87 op haar heeft.
De vrouw werd veroordeeld tot betaling van in totaal €38.249,87 aan de man. De vordering van de vrouw tot betaling van rente werd afgewezen wegens tardiviteit. De proceskosten werden gecompenseerd en iedere partij draagt de eigen kosten.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld tot betaling van €38.249,87 aan de man wegens overbedeling en regres na beëindiging van de samenleving.