ECLI:NL:GHAMS:2017:35
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing voorlopige hechtenis
De verdachte had bij de rechtbank Amsterdam een verzoek ingediend tot opheffing van zijn voorlopige hechtenis, dat werd afgewezen. Vervolgens stelde hij hoger beroep in tegen deze afwijzing. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte reeds eerder op 17 augustus 2016 hoger beroep had ingesteld tegen een eerdere afwijzing van een verzoek tot opheffing van voorlopige hechtenis.
Op grond van artikel 87, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan een verdachte slechts eenmaal in hoger beroep komen tegen een afwijzing van een verzoek tot schorsing of opheffing van voorlopige hechtenis. Hierdoor is het huidige hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De raadsman van de verdachte was niet aanwezig bij de behandeling van het hoger beroep in raadkamer en de verdachte had afstand gedaan van zijn recht om gehoord te worden. Het hof heeft daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van voorlopige hechtenis is niet-ontvankelijk verklaard.