Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk binnenbrengen van een hoeveelheid cocaïne op het grondgebied van Nederland via Schiphol op 18 november 2016.
De verdachte werd aangehouden nadat cocaïne werd aangetroffen in de koffer van een medepassagier die door hem werd opgehaald. Het hof achtte de verklaring van de verdachte ongeloofwaardig en concludeerde dat hij wist van de aanwezigheid van de drugs. De nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medepassagier werd als voldoende bewezen beschouwd.
De strafmaat werd bepaald op 6 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, gelijk aan de straf die de politierechter oplegde. Het hof vond een taakstraf of voorwaardelijke straf niet passend gezien de ernst van het feit, de hoeveelheid cocaïne en de eerdere veroordeling van de verdachte voor een Opiumwet-delict.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 17 augustus 2017.