ECLI:NL:GHAMS:2017:36
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen bevel tot gevangenneming na eerder beroep tegen gevangenhouding
De verdachte werd verdacht van diefstal met geweld en/of bedreiging en was in voorlopige hechtenis gesteld. Na eerdere beroepen tegen de gevangenhouding en een pro forma behandeling werd de voorlopige hechtenis tijdelijk opgeheven. Bij vonnis van 23 november 2016 werd de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar, waarna de rechtbank een bevel tot gevangenneming uitvaardigde.
De verdachte stelde hiertegen hoger beroep in. Het hof oordeelde dat het nieuwe bevel tot gevangenneming gebaseerd was op dezelfde verdenking en bewijsmateriaal als eerder, zonder wijziging of aanvulling van de verdenking. Volgens artikel 71, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, is hoger beroep tegen een bevel tot verlenging van gevangenhouding niet ontvankelijk indien eerder al beroep was ingesteld tegen dat bevel of de gevangenhouding.
Het hof paste deze regel ook toe op het bevel tot gevangenneming en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. De verdachte werd erop gewezen dat hij in de strafprocedure in hoger beroep op elk moment opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis kan verzoeken.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep tegen het bevel tot gevangenneming niet-ontvankelijk.