Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden.
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Amsterdam is de verdachte veroordeeld voor het voorhanden hebben van een vuurwapen met bijbehorende munitie. Het gerechtshof heeft het vonnis van de politierechter bevestigd wat betreft de bewezenverklaring, maar vernietigde het vonnis voor wat betreft de strafoplegging.
De politierechter had een gevangenisstraf van 60 dagen opgelegd, waarvan 57 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De advocaat-generaal vorderde een gevangenisstraf van drie maanden. Het hof heeft op basis van de ernst van het feit, de omstandigheden van het delict en de persoon van de verdachte een gevangenisstraf van drie maanden opgelegd.
Het bezit van vuurwapens en munitie vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen en creëert gevoelens van onveiligheid. Het hof heeft daarbij de Oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) betrokken, waarin een gevangenisstraf van drie maanden wordt genoemd voor soortgelijke feiten.
Het hof zag geen reden om van deze richtlijn af te wijken en heeft de opgelegde straf passend en geboden geacht. De tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de straf. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 20 september 2017.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden voor het bezit van een vuurwapen met munitie.