ECLI:NL:GHAMS:2017:3803
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opzegging kredietrelatie na overdracht aan derde partij
In deze zaak stond de overdracht van een kredietrelatie van appellant aan Promontoria centraal, evenals de daarop volgende opzegging van die kredietrelatie. Appellant betwistte de rechtsgeldigheid van de contractsovername en stelde dat de opzegging onaanvaardbaar was. Het hof nam de feiten over zoals vastgesteld door de voorzieningenrechter, met enkele nuances omtrent de beëindiging van de leningen.
Het hof oordeelde dat de overdracht van de kredietrelatie als een gedeeltelijke overdracht van een onderneming kan worden gekwalificeerd en dat appellant vooraf toestemming had gegeven voor deze contractsovername. Tevens werd geoordeeld dat appellant niet als consument kan worden aangemerkt en dat de algemene voorwaarden van Van Lanschot van toepassing zijn.
De grieven van appellant dat de overdracht en opzegging onaanvaardbaar zouden zijn, werden verworpen. Het hof vond onvoldoende aannemelijk dat Promontoria niet aan de wettelijke vereisten voldoet en dat de opzegging disproportioneel was. Nieuwe grieven over het gebruik van zekerheden werden niet behandeld vanwege de tweeconclusieregel.
Uiteindelijk werd het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd en appellant veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de grieven van appellant af.