ECLI:NL:GHAMS:2017:3856
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verzoek schadevergoeding vrijheidsbeneming
Appellant verzocht de rechtbank om een schadevergoeding van €17.865,00 vanwege geleden schade door vrijheidsbeneming op grond van artikel 77cca Sr in een strafzaak. De rechtbank wees dit verzoek af. Tegen deze afwijzing stelde appellant hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam.
Het hof nam kennis van de stukken en hoorde partijen en de advocaat-generaal. De advocaat-generaal concludeerde tot toewijzing van het verzoek, maar het hof moest beoordelen of hoger beroep tegen een beslissing op grond van artikel 77dd, vijfde lid, Sr überhaupt mogelijk is.
Het hof overwoog dat de wetgever expliciet heeft bepaald dat geen hoger beroep openstaat tegen beslissingen van de rechtbank op verzoeken op grond van artikel 77dd Sr. Dit volgt uit de samenhang met bepalingen uit het Wetboek van Strafvordering en het ontbreken van een wettelijke mogelijkheid tot hoger beroep.
Daarom verklaarde het hof appellant niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep en beval onverwijlde betekening van deze beschikking. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 15 september 2017.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de afwijzing van zijn verzoek om schadevergoeding.