ECLI:NL:GHAMS:2017:4049
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vernietiging leaseovereenkomsten wegens ontbreken toestemming echtgenote
In deze civiele procedure stond de geldigheid van de vernietiging van twee leaseovereenkomsten tussen appellant en Dexia centraal. De echtgenote van appellant had de nietigheid van deze leaseovereenkomsten ingeroepen omdat zij geen schriftelijke toestemming had gegeven voor het aangaan ervan. De kantonrechter had het bewijsvermoeden dat de echtgenote op de hoogte was van de overeenkomsten niet weerlegd geacht en de vorderingen van appellant afgewezen.
Het hof stelde vast dat de vernietigingsbrief van 6 februari 2003, hoewel niet expliciet alle leaseovereenkomsten noemde, wel duidelijk maakte dat de vernietiging betrekking had op alle zonder toestemming gesloten overeenkomsten. Dit was voldoende om aan de eisen van artikel 3:50 BW Pro te voldoen. Het hof oordeelde verder dat appellant het bewijsvermoeden dat de echtgenote van de leaseovereenkomsten op de hoogte was, voldoende had ontzenuwd met getuigenverklaringen over het beheer van de bankpost en afschriften.
Daarmee was de vernietiging rechtsgeldig en tijdig ingeroepen. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde Dexia tot terugbetaling van de door appellant betaalde bedragen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 20 februari 2003. Dexia werd tevens veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en verklaart de leaseovereenkomsten rechtsgeldig vernietigd wegens ontbreken van toestemming van de echtgenote.