ECLI:NL:GHAMS:2017:4059
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen veroordeling voor winkeldiefstal blikje bier
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 2 augustus 2016 in een Albert Heijn winkel te Alkmaar een blikje bier met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen. De politierechter veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van één week.
In hoger beroep voerde de verdediging aan dat het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening ontbrak, omdat de verdachte het blikje wilde afrekenen met geld dat hij verwachtte terug te krijgen voor een terug te brengen oplader. Het hof oordeelde echter dat nadat de medewerker had aangegeven dat geen geld zou worden teruggegeven, de verdachte het blikje toch opende en zonder te betalen de winkel verliet, waardoor hij zich schuldig maakte aan diefstal.
Het hof verklaarde het bewezen en strafbaar, maar besloot geen straf op te leggen vanwege de lopende ISD-maatregel die de verdachte ondergaat. Tevens wees het hof de vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke gevangenisstraffen af.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof sprak de verdachte vrij van hetgeen meer of anders was ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde.
Uitkomst: Verdachte schuldig bevonden aan diefstal blikje bier, maar geen straf opgelegd vanwege lopende ISD-maatregel.