ECLI:NL:GHAMS:2017:4091
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlenging voorlopige hechtenis wegens drugshandel en internationale ernst
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 13 september 2017 in raadkamer uitspraak gedaan over het hoger beroep van een verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland tot verlenging van zijn voorlopige hechtenis. De verdachte werd verdacht van het in- en uitvoeren van verdovende middelen in aanzienlijke hoeveelheden, hetgeen als een feit wordt beschouwd dat de rechtsorde schokt.
Het hof heeft de stukken en de gronden van de rechtbank bestudeerd en heeft de advocaat-generaal en de verdachte gehoord. De verdediging voerde onder meer aan dat de dossiers van medeverdachten niet waren verstrekt, maar het hof zag hierin geen reden om het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren.
Gezien de ernst, omvang en het internationale karakter van de verdenking acht het hof het aannemelijk dat de verdachte een misdrijf zal plegen dat de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan brengen. Daarom is verlenging van de voorlopige hechtenis gerechtvaardigd en is artikel 67a, derde lid, Wetboek van Strafvordering niet van toepassing.
Het hof wijst het beroep af en bevestigt daarmee de beslissing van de rechtbank Noord-Holland tot verlenging van de voorlopige hechtenis.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de verlenging van de voorlopige hechtenis.