ECLI:NL:GHAMS:2017:4150

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 maart 2017
Publicatiedatum
12 oktober 2017
Zaaknummer
23-000565-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9a SrArt. 378a SvArt. 422 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen strafoplegging voor bedreiging ex-werkgever na zakelijk conflict

De verdachte werd beschuldigd van bedreiging van zijn ex-werkgever met woorden als "Ik maak je dood" op 28 december 2012 in Amsterdam, naar aanleiding van een zakelijk conflict. Het hof achtte bewezen dat de verdachte deze bedreiging heeft geuit, maar sprak hem vrij van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.

Hoewel de bedreiging strafbaar is en de verdachte daarvoor aansprakelijk is, besloot het hof geen straf of maatregel op te leggen. Dit oordeel werd mede gebaseerd op het feit dat sinds het plegen van het strafbare feit veel tijd was verstreken, en dat de verdachte niet eerder strafrechtelijk was veroordeeld en ook na het incident geen nieuwe veroordelingen heeft gekregen.

Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter, die een voorwaardelijke geldboete van €150 had opgelegd, en sprak het vonnis in hoger beroep uit. De beslissing weerspiegelt een afweging tussen de ernst van de bedreiging en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, evenals het belang van proportionaliteit in strafoplegging.

Uitkomst: Verdachte schuldig aan bedreiging, maar geen straf of maatregel opgelegd.

Uitspraak

parketnummer: 23-000565-16
datum uitspraak: 13 maart 2017
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen
het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 2 februari 2016 in de strafzaak
onder parketnummer 13-004222-14 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
13 maart 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 28 december 2012 te Amsterdam [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak je dood" en/of "Ik ga je in elkaar slaan" en/of
"Ik maak je kapot", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of heeft hij, verdachte, toen en aldaar die [slachtoffer] bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, door tegen [naam] te zeggen en/of roepen en/of te schreeuwen dat hij, verdachte, die [slachtoffer] dood zou maken en/of de zaak (van die [slachtoffer] ) kapot zou maken, althans woorden van een gelijke dreigende aard of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan,
met dien verstande dat:
hij op 28 december 2012 te Amsterdam [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd:
"Ik maak je dood".
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep
in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

In verband met het navolgende acht het hof het raadzaam te bepalen dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.
De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 150,00 met een proeftijd van 1 jaar.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.
De verdachte heeft zich naar aanleiding van een zakelijk conflict weliswaar op bedreigende wijze uitgelaten jegens de aangever en hij heeft aldus de aangever op onacceptabele en agressieve wijze bejegend, maar met de advocaat-generaal en de raadsman acht het hof het raadzaam te bepalen dat geen straf of maatregel wordt opgelegd. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat sinds het plegen van het strafbare feit veel tijd is verstreken. Daarnaast is de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 27 februari 2017 niet eerder strafrechtelijk veroordeeld en is hij ook
na het plegen van het onderhavige feit niet meer veroordeeld.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam,
waarin zitting hadden mr. A.M. van Amsterdam, mr. S. Clement en mr. M. Gonggrijp-van Mourik,
in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 maart 2017.
Mr. M. Gonggrijp-van Mourik is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.