Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
subsidiair:
hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met
primair (zaaksdossier 6 – [slachtoffer 6] ):
hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 september 2014 tot en met 20 januari 2015 te [pleegplaats] , (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), te weten
hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 september 2014 tot en met 20 januari 2015 te [pleegplaats] (telkens) met [slachtoffer 6] ( [geboortedatum] ) van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer 6] niet of onvolkomen in staat was zijn/haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,
Vonnis waarvan beroep
Vrijspraak
dezezaak moet worden aangenomen dat de gevraagde getuigen niet kunnen verklaren over de wilsvorming bij anderen.
Bewezenverklaring
hij op tijdstippen in de periode van 6 september 2014 tot en met 1 december 2014 [pleegplaats] , telkens met [slachtoffer 6] , [geboortedatum] , van wie verdachte wist dat deze in staat van verminderd bewustzijn verkeerde, immers was [slachtoffer 6] onder invloed van alcohol die door verdachte aan [slachtoffer 6] verstrekt was en verkeerde [slachtoffer 6] in een slaaptoestand, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten telkens het pijpen van [slachtoffer 6] door verdachte.
hij op tijdstippen in de periode van 1 september 2014 tot en met 1 december 2014 [pleegplaats] , telkens met [slachtoffer 8] , [geboortedatum] , van wie verdachte wist dat deze in staat van verminderd bewustzijn verkeerde, immers was [slachtoffer 8] onder invloed van verdovende middelen (weed) en/of alcohol die door verdachte aan [slachtoffer 8] verstrekt was en verkeerde [slachtoffer 8] in slaaptoestand, telkens ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten telkens het pijpen van [slachtoffer 8] door verdachte.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
meermalen gepleegd
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straffen en maatregelen
hof: in 2003) leidde niet tot de vaststelling dat sprake was van pedofilie. Een eerdere veroordeling (
hof: na bedoeld PBC-onderzoek in 2003) betrof onder meer seksuele handelingen met jongens boven de 12 jaar. Indien de tenlastegelegde feiten bewezen geacht worden, is opnieuw sprake van ontuchtige handelingen met psychisch kwetsbare jongens die de leeftijd van 18 nog niet hadden bereikt.
hof: in het PBC) waar de verdachte verbleef. Er is sprake van gebruik van macht, van verleiden en misleiden.
hof: in 2002/2003) opviel was dat het om jongeren in dezelfde leeftijdscategorie ging, dat het ging om kwetsbare jongens en een context werd gecreëerd. Nu was dat op een stageplek, destijds waren het kinderen van een partner.
hof: in het PBC rapport van 2015) toont grote overeenkomsten met de beschrijving van zijn persoon in het PBC-onderzoek dat in 2002 werd uitgevoerd, hetgeen samenhangt met het duurzame karakter van een persoonlijkheids-stoornis. Hoewel onderzoeker thans geen nieuwe diagnostische informatie heeft door de weigering van de verdachte mee te werken aan het onderzoek, kan gesteld worden dat de persoonlijkheids-problematiek per definitie duurzaam van aard is en dus niet snel in kwaliteit of ernst verandert.
het hof begrijpt dat de raadsman hier doelt op de rapporten van 2002 en 2003) betreffende een oude strafzaak is destijds niet geadviseerd tot oplegging van TBS met dwangverpleging;
Verbeurdverklaring
Overige inbeslaggenomen voorwerpen
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jaren.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
teruggave aan [slachtoffer 1]van inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
teruggaveaan de verdachte van inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen,
€ 7.555,81 (zevenduizend vijfhonderd-vijfenvijftig euro en eenentachtig cent)bestaande uit € 55,81 (vijfenvijftig euro en eenentachtig cent) materiële schade en € 7.500 (zevenduizend vijfhonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 7.555,81 (zevenduizend vijfhonderdvijfenvijftig euro en eenentachtig cent)bestaande uit € 55,81 (vijfenvijftig euro en eenentachtig cent) materiële schade en € 7.500 (zevenduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
72 (tweeënzeventig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
€ 7.500 (zevenduizend vijfhonderd euro)ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 7.500 (zevenduizend vijfhonderd euro)als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
72 (tweeënzeventig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
€ 7.500 (zevenduizend vijfhonderd euro)ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 7.500 (zevenduizend vijfhonderd euro)als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
72 (tweeënzeventig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
€ 3.000 (drieduizend euro)ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 3.000 (drieduizend euro)als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
€ 7.500 (zevenduizend vijfhonderd euro)ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 7.500 (zevenduizend vijfhonderd euro)als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
72 (tweeënzeventig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
€ 2.500 (tweeduizend vijfhonderd euro)ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 923,47.
35 (vijfendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.