ECLI:NL:GHAMS:2017:4253
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ondertoezichtstelling van minderjarige dochter afgewezen
In deze zaak stond het hoger beroep van de moeder tegen de ondertoezichtstelling van haar kinderen centraal. De zoon woont sinds juli 2017 bij zijn vader en de moeder trok haar beroep tegen zijn ondertoezichtstelling in, waardoor dit onderdeel niet verder werd behandeld.
De ondertoezichtstelling van de dochter werd door het hof getoetst aan de wettelijke criteria. De raad voerde aan dat er sprake was van ernstige bedreigingen voor de ontwikkeling van de dochter, zoals schoolverzuim, onbegeleide aanwezigheid op straat en een problematische thuissituatie met vermoedelijk middelengebruik van de moeder. De moeder ontkende deze zorgen en stelde dat de situatie inmiddels was verbeterd.
Het hof concludeerde dat ten tijde van de bestreden beschikking de ondertoezichtstelling noodzakelijk was, maar dat de omstandigheden inmiddels zijn veranderd. De dochter ontwikkelt zich goed, gaat naar school zonder verzuim en er is meer rust in het gezin door het vertrek van de zoon naar zijn vader. De moeder gaf inzicht in haar medicijngebruik en er is sprake van een liefdevolle gezinssituatie.
Daarom vernietigde het hof de ondertoezichtstelling van de dochter voor het vervolg en wees het verzoek van de raad af. De moeder werd niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep tegen de ondertoezichtstelling van de zoon. Het hof benadrukte dat de moeder een open houding moet blijven tonen ten aanzien van hulpverlening en begeleiding.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de dochter wordt vernietigd en het verzoek daartoe afgewezen; moeder is niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de ondertoezichtstelling van de zoon.