ECLI:NL:GHAMS:2017:4278
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorlopige hechtenis ondanks niet voorafgaand horen verdachte
De politierechter van de rechtbank Noord-Holland heeft op 3 oktober 2017 een bevel tot gevangenhouding van de verdachte uitgesproken voor 30 dagen zonder haar vooraf te horen, omdat zij niet was aangevoerd. De verdachte stelde hoger beroep in tegen dit bevel, stellende dat het bevel vernietigd moest worden wegens het ontbreken van het horen voorafgaand aan de gevangenhouding.
Het hof constateert dat het voorschrift van artikel 65, eerste lid, Sv niet is nageleefd, maar dat deze omissie zich leent voor herstel. De verdachte kon de zitting niet bijwonen door een omissie bij het vervoer, maar is later in raadkamer gehoord en heeft daarbij geen argumenten aangevoerd die de gronden voor voorlopige hechtenis zouden ondermijnen.
De strafzaak is op 17 oktober 2017 behandeld, waarbij de verdachte is veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf. Tijdens de behandeling van het hoger beroep op 18 oktober 2017 heeft de verdachte wederom geen gronden aangevoerd om de voorlopige hechtenis op te heffen.
Het hof oordeelt dat het verzuim voldoende is hersteld en dat de ernstige bezwaren en gronden voor voorlopige hechtenis onverminderd voortbestaan. Daarom wordt het beroep tegen het bevel tot gevangenhouding verworpen en blijft de voorlopige hechtenis in stand.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep tegen het bevel tot voorlopige hechtenis af en bevestigt de gevangenhouding.