ECLI:NL:GHAMS:2017:4300
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing voorlopige hechtenis ondanks gezinsomstandigheden
Het gerechtshof Amsterdam behandelde op 18 oktober 2017 het verzoek van de verdachte tot schorsing van haar voorlopige hechtenis. De verdachte verbleef in detentie en had een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur opgelegd gekregen, hoewel het vonnis nog niet onherroepelijk was.
De rechtbank had de pasgeboren tweeling van de verdachte voorlopig onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst, terwijl het oudere zoontje in een pleeggezin verbleef. Het hof constateerde dat er onvoldoende inzicht was in de geestelijke gesteldheid van de verdachte en dat het recidivegevaar onverminderd aanwezig was. Vanwege deze omstandigheden en de onzekerheid over de voortzetting van de uithuisplaatsing achtte het hof het niet verantwoord om de voorlopige hechtenis te schorsen.
De verdediging voerde aan dat schorsing nodig was om de band met de kinderen te versterken, maar het hof oordeelde dat detentie dit onder de gegeven omstandigheden niet in de weg stond. Daarom werd het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte is afgewezen vanwege recidivegevaar en onzekerheden over haar geestelijke gesteldheid.