ECLI:NL:GHAMS:2017:4321
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging leaseovereenkomst wegens niet tijdige kennis echtgenote en toewijzing vordering appellant
In deze zaak stond de vernietiging van een effectenleaseovereenkomst centraal, waarbij appellant stelde dat zijn echtgenote niet tijdig op de hoogte was van de overeenkomst en daarom vernietiging mogelijk was op grond van art. 1:88 en Pro 1:89 BW.
Het hof heeft in een eerder tussenarrest bepaald dat appellant tegenbewijs mocht leveren tegen het vermoeden dat de echtgenote meer dan drie jaar voor de buitengerechtelijke vernietiging van de overeenkomst op de hoogte was. Uit de getuigenverklaringen van appellant en zijn echtgenote bleek dat appellant het financiële beheer voerde zonder overleg met zijn echtgenote, die niet op de hoogte was van de betalingen en brieven van de bank.
Dexia voerde aan dat de echtgenote bij een gesprek aanwezig was en dus bekendheid had, maar dit werd door het hof niet als voldoende bewijs geacht. Het hof oordeelde dat het bewijsvermoeden was ontzenuwd en dat de vordering van appellant toewijsbaar was. Dexia werd veroordeeld tot terugbetaling van de betaalde bedragen, verminderd met ontvangen bedragen en vermeerderd met wettelijke rente vanaf 30 mei 2006. Tevens werd Dexia veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De leaseovereenkomst is vernietigd en Dexia is veroordeeld tot terugbetaling met rente en kosten.