ECLI:NL:GHAMS:2017:4397

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
31 oktober 2017
Publicatiedatum
1 november 2017
Zaaknummer
23-000143-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 lid 5 WVWArt. 131 lid 2 onderdeel a WVW 1994
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken kennis van geschorst rijbewijs

Op 8 september 2015 werd verdachte aangetroffen als bestuurder van een personenauto terwijl zijn rijbewijs op die datum geschorst was. De schorsing was op 8 augustus 2015 door het CBR vastgesteld en aan verdachte per post verzonden, maar de brieven werden retour gezonden wegens een onbekend of foutief adres.

Het hof constateert dat het adres van verdachte in de periode voorafgaand aan de tenlastelegging onbekend was en dat het CBR het rijbewijs pas na de tenlastelegging ontving. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat verdachte wist of redelijkerwijs moest weten van de schorsing.

Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs spreekt het hof verdachte vrij van het ten laste gelegde. Tevens wijst het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf af, aangezien de vrijspraak de grondslag voor de tenuitvoerlegging wegneemt.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van kennis van rijbewijsopschorting.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000143-17
datum uitspraak: 31 oktober 2017
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 5 januari 2017 in de strafzaak onder de parketnummers 15-226024-15 en 96-108349-15 (TUL) tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,
adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
17 oktober 2017.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 8 september 2015 te IJmuiden, gemeente Velsen, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat de geldigheid van een op zijn naam gesteld rijbewijs ingevolge artikel 131, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994, voor een of meer categorieën van motorrijtuigen was geschorst, gedurende de tijd dat die schorsing van kracht was, op een weg, Rijnstraat, een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie of categorieën, waarop de schorsing betrekking had, heeft bestuurd;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Vrijspraak

Het hof overweegt ten aanzien van het tenlastegelegde als volgt.
Vaststaande feiten
De verdachte is op de tenlastegelegde datum, 8 september 2015, door de politie aangetroffen als bestuurder van een motorrijtuig.
Bij besluit van 8 augustus 2015 is de geldigheid van het rijbewijs van de verdachte geschorst. Dit besluit is, blijkens informatie verstrekt door het CBR, zowel per aangetekende brief als per gewone post naar het adres [adres 2] gezonden. De aangetekende brief is retour gekomen. Ook de niet aangetekende brief is retour gekomen met als reden foutief adres.
Blijkens informatie uit het SKDB was het adres van de verdachte in de periode van 25 februari 2015 tot 21 augustus 2015 onbekend.
Uit een brief van het CBR blijkt dat deze instantie het rijbewijs van de verdachte eerst op 9 september 2015, welke datum is gelegen na de tenlastegelegde datum, heeft ontvangen.
Conclusie
Op grond van voorgaande feiten kan naar het oordeel van het hof niet worden vastgesteld dat de verdachte op de tenlastegelegde datum wist dan wel redelijkerwijs moest weten dat de geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst. Ook overigens kan hiervoor in het dossier noch het verhandelde ter terechtzitting enig concreet aanknopingspunt worden gevonden.
Gelet hierop is het hof, met de raadsman en de advocaat-generaal, van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 4 september 2015 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 weken. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Noord-Holland van 17 november 2016, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 4 september 2015, parketnummer 96-108349-15, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 3 weken.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. W.M.C. Tilleman en mr. M.B. de Wit, in tegenwoordigheid van
L. Bähr, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
31 oktober 2017.
Mr. W.M.C. Tilleman en mr. M.B. de Wit zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.