ECLI:NL:GHAMS:2017:4506
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen omzetting werkstraf in jeugddetentie ongegrond verklaard
De veroordeelde was bij vonnis van de kinderrechter veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen jeugddetentie. Na herhaaldelijk niet verschijnen zonder afmelding en het niet nakomen van afspraken is de werkstraf omgezet in jeugddetentie.
De veroordeelde maakte bezwaar tegen deze omzetting, stellende dat hij de werkstraf alsnog wilde verrichten. Tijdens de terechtzitting op 10 augustus 2017 werden de veroordeelde, zijn raadsvrouw, de advocaat-generaal en vertegenwoordigers van de Jeugd en Gezinsbeschermers en de Raad voor de Kinderbescherming gehoord.
Het hof oordeelde dat het falen van de werkstraf aan de veroordeelde zelf te wijten was en dat er geen reden was om het besluit van het openbaar ministerie te wijzigen. Ondanks het begrip voor de moeilijke situatie van de veroordeelde, benadrukte het hof dat gemaakte keuzes consequenties hebben. Het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof verklaart het bezwaar tegen de omzetting van werkstraf in jeugddetentie ongegrond.