ECLI:NL:GHAMS:2017:4541
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs opzettelijk inrijden op wegwerker op A10
Op 18 juni 2016 reed verdachte met zijn taxi op een afgesloten afrit van de A10 te Amsterdam waar wegwerkers aan het werk waren. Verdachte werd ervan verdacht opzettelijk met hoge snelheid op een wegwerker te zijn ingereden om hem zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. In eerste aanleg werd verdachte veroordeeld, maar het openbaar ministerie stelde hoger beroep in.
Tijdens het hoger beroep heeft het hof het dossier en de verklaringen van aangever en getuige beoordeeld. Het hof constateerde dat onvoldoende bewijs bestond dat verdachte opzettelijk op de wegwerker is ingereden. De verkeerssituatie was onduidelijk en er ontbraken politieaantekeningen zoals foto's die de situatie ter plaatse konden bevestigen. Hierdoor kon niet met de vereiste mate van zekerheid worden vastgesteld dat de wegwerker opzij moest springen om niet geraakt te worden.
Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte met opzet of voorwaardelijk opzet handelde. Of er gevaarlijk rijgedrag was vertoond liet het hof buiten beschouwing omdat dit niet ten laste was gelegd. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen omdat verdachte werd vrijgesproken van het ten laste gelegde.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzettelijk inrijden op de wegwerker.