Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
‘Ingenieurs en overig technisch ontwerp Zwembad ontwerper en bouwer’.
Gerechtshof Amsterdam
Appellant verkocht zijn eenmanszaak aan HAS en trad in dienst bij HAS met een arbeidsovereenkomst waarin een non-concurrentie- en relatiebeding waren opgenomen. Na het oprichten van een concurrerende eenmanszaak en het verrichten van nevenwerkzaamheden, werd appellant op staande voet ontslagen door HAS wegens schending van deze bedingen.
Appellant vorderde in eerste aanleg onder meer dat het ontslag schadeplichtig was en dat HAS geen beroep kon doen op het non-concurrentiebeding. De kantonrechter wees deze vorderingen af en veroordeelde appellant tot betaling van boetes wegens overtreding van de bedingen.
In hoger beroep stelde appellant dat het ontslag onterecht was en dat HAS schadeplichtig was, waardoor het non-concurrentiebeding niet zou gelden. Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende feiten had gesteld om het ontbreken van een dringende reden voor ontslag aan te tonen. De feiten over de oprichting van een concurrerende onderneming, het gebruik van foto’s van HAS op de website en het verrichten van concurrerende werkzaamheden vormden een geldige dringende reden.
Het hof bevestigde dat HAS terecht een beroep deed op het non-concurrentie- en relatiebeding en wees het hoger beroep van appellant af. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het beroep van appellant af, waarbij het non-concurrentiebeding van HAS van toepassing blijft.